Hij ziet me staan,
vanaf de overkant door de oranje gele bomen.
Hij ziet me zoals ik ben, maar toch niet helemaal.
Iets houdt ons tegen om elkaar innig te omarmen.
En het is niet de afstand die we zouden moeten overbruggen.
Hij houdt me af,
ik wil niet meer wachten.
De gedachte aan ons maakt hem bang, terwijl hij me langdurig kust.
De droom, de realiteit,
een wereld van verschil.
De dag veranderd in een avondschemering,
maar de magië tussen jou en mij blijft.
Je mag weggaan, maar onthou dan mijn nummer.
En als ik nooit meer iets van je hoor,
zal ik onthouden hoe het was.
Wat we deden, waar we over praatten en hoe we kusten.
Het gevoel zal vervagen, maar de herinnering zal ik blijven koesteren.
